De Helmondse textielmaker Vlisco gaat snijden in de organisatie. De lage olieprijs zorgt ervoor dat de vraag naar de stoffen is gedaald. Dat heeft alles te maken met de belangrijkste afzetmarkt van Vlisco: West-Afrika.

Hoeveel banen er precies gaan verdwijnen bij Vlisco is nog niet bekend. Topman David Suddens, die pas is aangetreden, kondigde dinsdag aan dat hij het aantal diensten in de fabriek wil terugbrengen en een managementlaag wil schrappen in de commerciële tak van het bedrijf.

Ook wil Vlisco meer verantwoordelijkheid gaan neerleggen in Afrika, want daar heeft het bedrijf haar grootste afzetmarkten. Van de 2.700 banen in totaal zijn er zeker 1.800 in West-Afrikaanse landen als Ghana en Ivoorkust. De teams daar moeten meer hun eigen strategiën gaan uitstippelen.

‘Onvoorspelbaarheid accepteren’

“Als je zakendoet in Afrika moet je onvoorspelbaarheid accepteren, naast groei”, zegt Suddens in een verklaring. “We moeten onze kosten aanpassen aan de huidige terugval en tegelijkertijd zorgen dat Vlisco’s sterke positie in design en marketing behouden blijven.”

De mode in het straatbeeld van Accra en Abidjan wordt gedomineerd door stoffen van de maker uit Helmond. Felgekleurde patronen met kippen, bloemen of ruiten vinden al jaren goed aftrek in de landen op die een rij liggen in West-Afrika: Ivoorkust, Ghana, Togo, Benin, Nigeria en een stukje verder naar zuiden de Democratische Republiek Congo’s. Vlisco heeft in al deze landen een flagship store, plus nog meer winkels in andere landen. Belangrijker nog zijn de tussenhandelaren die zorgen dat de rollen stof op markten in Ouagadougou en Kinshasa terechtkomen. In Nederland is het bedrijf alleen actief met een zaak in thuisstad Helmond.

De positie van Vlisco is geen nieuwe. Het bedrijf perfectioneerde een handmatige druktechniek uit Indonesië en maakte die geschikt voor machinale producties. Inmiddels bedrukken de persen in Helmond jaarlijks 27 miljoen meter stof. In West-Afrika staan er nog meer fabrieken die bij elkaar ruim 30 miljoen meter produceren.

Nigeria draait op olie

Maar hoe is olie van invloed op de vraag naar textiel? De Nigeriaanse economie, de grootste van Afrika, en ook een belangrijke markt voor Vlisco, is voor een zeer groot deel afhankelijk van olie. Naar schatting 65 tot 70 procent van de overheidsuitgaven worden bekostigd met oliewinsten. In het kielzog daarvan gaat de economische groei voor 2015 flink omlaag, naar 2,5 procent. Dat is de helft minder dan vorig jaar. Subsidies op brandstof zijn gevoelig voor corruptie en zorgen dat nog eens miljoenen oliedollars in een zwart gat verdwijnen.

Elke keer als de olieprijs naar beneden duikt, krijgen economieën als de Nigeriaanse een forse klap te verwerken. De werkloosheid gaat omhoog, de groeit stokt en de koopkracht daalt. Aangezien de stoffen van Vlisco niet de goedkoopste zijn, is het luxeproduct een eerste slachtoffer. Een Vlisco-jurk is uitgegroeid tot statussymbool en een rol van 5,5 meter kost zeker 50 euro. Wil je dollar- en pondtekens op je jurk, dan moet je - wellicht toepasselijk genoeg - meer dan het dubbele neertellen.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl